Werkgroep start met update van de BRL 6010 voor legionellabeheersing

De beoordelingsrichtlijn BRL 6010 voor Legionellepreventieadvisering is toe aan een update. Dit is een noodzakelijke activiteit, zo eens in de vier á vijf jaar. Maar dat niet alleen, zo vertelt Wil van Ophem van KvINL. Ook de overheid en een aantal belanghebbende partijen vinden het belangrijk dat we een aantal onderdelen nog eens kritisch bekijken. En een derde, belangrijke reden is het feit dat de straks herziene BRL onder het regime van de Raad van Accreditatie zal worden gebracht.

De BRL 6010 bestaat al een geruime tijd, maar is in 2013 voor het laatst als geactualiseerde versie verschenen. Omdat de technieken van legionellabeheersing zich blijven ontwikkelen, en omdat meerdere partijen interesse tonen om BRL-gecertificeerde adviseurs in te schakelen, is besloten om de inhoud van deze BRL onder de loep te nemen. "We zien bijvoorbeeld dat ondernemers in de recreatie en horeca ook nadrukkelijk kijken naar de mogelijkheden die de BRL hen biedt. De zekerheid van een plan, opgesteld door een gecertificeerde adviseur, spreekt hen aan. Maar dan willen deze marktpartijen wel dat er oog is voor de nieuwste ontwikkelingen op dit gebied en dat er ruimte is om innovaties toe te passen", vertelt Wil van Ophem, directeur van KvINL.

Basis voor wetgeving

Daarnaast is het sowieso praktijk dat de beoordelingsrichtlijnen geregeld, zo één keer in de vijf jaar, worden geactualiseerd. Bovendien is de BRL 6010 de basis voor wetgeving op het gebied van legionella. De overheid heeft een verplichting voor zogeheten prioritaire inrichtingen. Sinds 1 juli 2011 zijn collectieve watervoorzieningen en leidingnetten verplicht om hun risicoanalyses te laten uitvoeren en hun beheersplannen te laten opstellen door de BRL 6010-gecertificeerde bedrijven. Maar dat betekent ook dat die BRL aan de hedendaagse eisen moet blijven voldoen, en dat de BRL oog moet hebben voor de nieuwe ontwikkelingen.

Deskundigen bij elkaar gebracht

"En dat is precies waar de werkgroep naar zal gaan kijken", vertelt Van Ophem. "Op 7 februari jl. is er een eerste bijeenkomst geweest waarvoor een groep deskundigen zijn uitgenodigd die allemaal vanuit hun expertise op dit gebied een inbreng hebben. Naar verwachting zullen we dan, na een paar van die bijeenkomsten, de actualiseringen in de BRL kunnen doorvoeren."

Van Ophem vindt het lastig om vooruit te lopen op eventuele aanpassingen of wijzigingen in de BRL. Maar hij voorziet wel mogelijkheden om nieuwe, innovatieve technieken binnen die werkgroep te bespreken. En als ze geschikt zijn, ook in de publicatie op te nemen. "Zoals gezegd zijn sectoren als recreatie en horeca daar gericht naar op zoek. Stel je voor, je bent beheerder van een bungalowpark en je moet investeren in installaties. Dan wil je zeker weten dat je de meest geavanceerde en best renderende techniek voor je geld aanschaft. De adviseurs zullen hen die moeten kunnen adviseren."

Kennis up-to-date brengen

De straks vernieuwde BRL 6010 zal dus actueler zijn, en dat zal ook van de gecertificeerde adviseurs vragen dat zij op de hoogte zijn van de vernieuwingen. "Hun opdrachtgevers verwachten ook dat zij hun kennis up-to-date houden en dat zij feeling hebben met die innovaties. Ik verwacht ook dat de publicatie straks een checklist bevat met punten die de adviseur moet afvinken, om er zeker van te zijn dat hij alle mogelijkheden heeft bekeken. Ook kunnen we een verwijzing opnemen naar een website waar updates te vinden zijn."

Volgens Wil van Ophem is het feit dat de BRL 6010 nu onder de Raad van Accreditatie wordt gebracht voor de markt en certificaathouders geen grote verandering. "Het houdt alleen in dat de certificerende instellingen - en voor deze BRL zijn dat Kiwa en Dekra - onder het toezicht van de Raad van Accreditatie komen te staan, en dus gecontroleerd worden. Maar deze organisaties zijn dat gewend. Voor andere BRL'en staan ze ook al onder toezicht van de Raad van Accreditatie, dus ik verwacht daarvan geen merkbare veranderingen."